Taal
Spaans
Niveau
A1
Eenheid
Verbos: presente
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Spaans veranderen sommige werkwoorden van vorm in de tegenwoordige tijd. Dit zijn onregelmatige werkwoorden. Ze volgen niet de standaardregels.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze onregelmatige werkwoorden om te praten over zijn, gaan, hebben of doen in het Spaans, meestal in dagelijkse situaties.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Yo soy estudiante.

Nederlands: Ik ben student.

Tú tienes un libro.

Nederlands: Jij hebt een boek.

Nosotros vamos al parque.

Nederlands: Wij gaan naar het park.

Ella hace la tarea.

Nederlands: Zij maakt het huiswerk.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen