Voy a la escuela.
Nederlands: Ik ga naar school.
In het Spaans zijn basispreposities korte woordjes die relaties aangeven tussen mensen, dingen of delen van een zin. Ze geven vaak plaats, richting, tijd of bezit aan.
Gebruik basispreposities in het Spaans om aan te geven waar iets is, waar iemand naartoe gaat, van wie iets is, hoe iets gebeurt of waarom iets gebeurt.
Voy a la escuela.
Nederlands: Ik ga naar school.
El libro es de Ana.
Nederlands: Het boek is van Ana.
La llave está en la mesa.
Nederlands: De sleutel ligt op de tafel.
Salgo con mis amigos.
Nederlands: Ik ga uit met mijn vrienden.
Este regalo es para ti.
Nederlands: Dit cadeau is voor jou.
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Spaans. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →