- Taal
- Spaans
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Estructura de la oración y preguntas
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Spaans zijn 'formas interrogativas y negativas' de manieren om vragen te stellen of iets te ontkennen. Hiermee vraag je informatie of zeg je dat iets niet zo is.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de vraagvormen om informatie te vragen in het Spaans. Gebruik de negatieve vormen om te zeggen dat iets niet gebeurt of niet waar is.
Belangrijke vormen
- ¿ + werkwoord + onderwerp + ... ? (vraag)
- No + werkwoord + ... (negatief)
- ¿Dónde/Qué/Cuándo/Por qué/Quién + werkwoord + ... ? (vraagwoorden)
Voorbeelden
¿Tienes hermanos?
Nederlands: Heb je broers of zussen?
No hablo francés.
Nederlands: Ik spreek geen Frans.
¿Dónde vives?
Nederlands: Waar woon je?
No tengo dinero.
Nederlands: Ik heb geen geld.
¿Qué estudias?
Nederlands: Wat studeer je?
Tips
- In het Spaans begin je een vraag met een omgekeerd vraagteken (¿).
- Zet 'no' direct voor het werkwoord om een zin negatief te maken.
- Vraagwoorden zoals 'qué', 'dónde', 'cuándo' staan aan het begin van de vraag.
Uitzonderingen en randgevallen
- Dubbele ontkenningen komen vaak voor in het Spaans (bijvoorbeeld: 'No tengo nada').
- Het onderwerp kan weggelaten worden in vragen en negatieve zinnen.