Taal
Spaans
Niveau
A1
Eenheid
Posesión
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Spaans zijn 'al' en 'del' samentrekkingen. Ze ontstaan door de voorzetsels 'a' (naar) of 'de' (van) te combineren met het mannelijke lidwoord 'el' (de, enkelvoud).

Wanneer je het gebruikt

Gebruik 'al' als je 'naar de' voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wilt zeggen. Gebruik 'del' voor 'van de' of 'uit de' voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Voy al parque.

Nederlands: Ik ga naar het park.

El libro es del profesor.

Nederlands: Het boek is van de leraar.

Camino al trabajo.

Nederlands: Ik loop naar het werk.

La casa está cerca del río.

Nederlands: Het huis is dichtbij de rivier.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen