Taal
Spaans
Niveau
A1
Eenheid
Sustantivos y artículos
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Spaans hebben zelfstandige naamwoorden een geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en een getal (enkelvoud of meervoud). Elk zelfstandig naamwoord is dus mannelijk of vrouwelijk, en kan enkelvoud of meervoud zijn.

Wanneer je het gebruikt

Geslacht en getal worden bij elk Spaans zelfstandig naamwoord gebruikt. Lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden moeten overeenkomen met het zelfstandig naamwoord.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

El perro es grande.

Nederlands: De hond is groot.

La casa es bonita.

Nederlands: Het huis is mooi.

Los gatos son negros.

Nederlands: De katten zijn zwart.

Las sillas están limpias.

Nederlands: De stoelen zijn schoon.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen