- Taal
- Spaans
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Sustantivos y artículos
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Spaans hebben zelfstandige naamwoorden een geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en een getal (enkelvoud of meervoud). Elk zelfstandig naamwoord is dus mannelijk of vrouwelijk, en kan enkelvoud of meervoud zijn.
Wanneer je het gebruikt
Geslacht en getal worden bij elk Spaans zelfstandig naamwoord gebruikt. Lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden moeten overeenkomen met het zelfstandig naamwoord.
Belangrijke vormen
- Mannelijk enkelvoud: el libro
- Vrouwelijk enkelvoud: la mesa
- Mannelijk meervoud: los libros
- Vrouwelijk meervoud: las mesas
Voorbeelden
El perro es grande.
Nederlands: De hond is groot.
La casa es bonita.
Nederlands: Het huis is mooi.
Los gatos son negros.
Nederlands: De katten zijn zwart.
Las sillas están limpias.
Nederlands: De stoelen zijn schoon.
Tips
- Meestal zijn woorden die eindigen op -o mannelijk; woorden die eindigen op -a zijn meestal vrouwelijk.
- Voor het meervoud: voeg -s toe als het woord op een klinker eindigt, of -es als het op een medeklinker eindigt.
- Lidwoorden (el, la, los, las) moeten altijd overeenkomen met het geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige woorden volgen de gewone regels niet, zoals 'el día' (mannelijk) of 'la mano' (vrouwelijk).
- Vrouwelijke woorden die beginnen met een beklemtoonde 'a-' krijgen 'el' in het enkelvoud: 'el agua', 'el águila'.