Taal
Spaans
Niveau
A1
Eenheid
Sustantivos y artículos
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Spaans zijn bepaalde en onbepaalde lidwoorden kleine woorden die vóór een zelfstandig naamwoord staan om aan te geven of je over iets specifieks of iets algemeens spreekt.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de bepaalde lidwoorden (el, la, los, las) als je over iets bekends of specifieks praat. Gebruik de onbepaalde lidwoorden (un, una, unos, unas) als je over iets onbekends of algemeens spreekt.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

El libro está en la mesa.

Nederlands: Het boek ligt op de tafel.

Una niña canta.

Nederlands: Een meisje zingt.

Los perros corren.

Nederlands: De honden rennen.

Unos amigos llegan.

Nederlands: Enkele vrienden komen aan.

Las manzanas son rojas.

Nederlands: De appels zijn rood.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen