Taal
Spaans
Niveau
A1
Eenheid
Adjetivos y concordancia
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Spaans moeten bijvoeglijke naamwoorden overeenkomen met het zelfstandig naamwoord in geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en getal (enkelvoud/meervoud).

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze overeenkomst elke keer als je in het Spaans een bijvoeglijk naamwoord gebruikt om een zelfstandig naamwoord te beschrijven. Het bijvoeglijk naamwoord past zijn uitgang aan op het geslacht en het aantal van het zelfstandig naamwoord.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

El perro negro es grande.

Nederlands: De zwarte hond is groot.

La casa blanca es bonita.

Nederlands: Het witte huis is mooi.

Los coches rápidos son nuevos.

Nederlands: De snelle auto's zijn nieuw.

Las chicas simpáticas hablan mucho.

Nederlands: De aardige meisjes praten veel.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen