Taal
Duits
Niveau
B1
Eenheid
Nomen, Fälle und Pronomen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Reflexieve voornaamwoorden in het Duits gebruik je als het onderwerp en het voorwerp in de zin dezelfde persoon zijn. Veel dagelijkse werkwoorden hebben een reflexief voornaamwoord nodig.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik reflexieve voornaamwoorden in het Duits als iemand iets bij zichzelf doet, of bij werkwoorden die altijd een reflexief voornaamwoord nodig hebben.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich wasche mich.

Nederlands: Ik was me.

Du erinnerst dich an den Termin.

Nederlands: Jij herinnert je de afspraak.

Er freut sich auf den Urlaub.

Nederlands: Hij verheugt zich op de vakantie.

Wir treffen uns um acht Uhr.

Nederlands: Wij ontmoeten elkaar om acht uur.

Sie interessiert sich für Musik.

Nederlands: Zij interesseert zich voor muziek.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen