Ich wasche mich.
Nederlands: Ik was me.
Reflexieve voornaamwoorden in het Duits gebruik je als het onderwerp en het voorwerp in de zin dezelfde persoon zijn. Veel dagelijkse werkwoorden hebben een reflexief voornaamwoord nodig.
Gebruik reflexieve voornaamwoorden in het Duits als iemand iets bij zichzelf doet, of bij werkwoorden die altijd een reflexief voornaamwoord nodig hebben.
Ich wasche mich.
Nederlands: Ik was me.
Du erinnerst dich an den Termin.
Nederlands: Jij herinnert je de afspraak.
Er freut sich auf den Urlaub.
Nederlands: Hij verheugt zich op de vakantie.
Wir treffen uns um acht Uhr.
Nederlands: Wij ontmoeten elkaar om acht uur.
Sie interessiert sich für Musik.
Nederlands: Zij interesseert zich voor muziek.