Ich habe drei Äpfel.
Nederlands: Ik heb drie appels.
In het Duits zijn 'Zahlen' de telwoorden (één, twee, drie) en 'Ordnungszahlen' de rangtelwoorden (eerste, tweede, derde). Je gebruikt ze om te tellen en om een volgorde aan te geven.
Gebruik Zahlen om dingen of mensen te tellen, je leeftijd te zeggen of hoeveelheden aan te geven. Gebruik Ordnungszahlen om een volgorde, datum, verdieping of plaats aan te geven.
Ich habe drei Äpfel.
Nederlands: Ik heb drie appels.
Heute ist der erste Mai.
Nederlands: Vandaag is het de eerste mei.
Mein Zimmer ist im zweiten Stock.
Nederlands: Mijn kamer is op de tweede verdieping.
Sie kommt als dritte.
Nederlands: Zij komt als derde.
Wir sind fünf Personen.
Nederlands: Wij zijn met vijf personen.
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Duits. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →