Taal
Duits
Niveau
A2
Eenheid
Weitere Grammatikthemen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Relatieve bijzinnen met der/die/das in het Duits geven extra informatie over een zelfstandig naamwoord. De betrekkelijke voornaamwoorden der, die, das verbinden de hoofdzin met de bijzin.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik relatieve bijzinnen in het Duits om personen, dieren of dingen preciezer te beschrijven of te identificeren. Zo kun je twee zinnen combineren en herhaling vermijden.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Das ist der Mann, der im Park joggt.

Nederlands: Dat is de man die in het park jogt.

Ich habe eine Katze, die sehr freundlich ist.

Nederlands: Ik heb een kat die erg vriendelijk is.

Hier ist das Buch, das ich lese.

Nederlands: Hier is het boek dat ik lees.

Sie kennt die Kinder, die draußen spielen.

Nederlands: Zij kent de kinderen die buiten spelen.

Tips

Verder verkennen