Taal
Duits
Niveau
A2
Eenheid
Adjektive und Vergleich
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De 'Komparativ' in het Duits wordt gebruikt om twee dingen te vergelijken en aan te geven dat het ene meer van een eigenschap heeft dan het andere (bijvoorbeeld: groter, sneller).

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de Komparativ om personen, dingen of situaties met elkaar te vergelijken. Zo laat je zien dat iets meer is dan iets anders.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Mein Hund ist schneller als dein Hund.

Nederlands: Mijn hond is sneller dan jouw hond.

Anna ist jünger als Maria.

Nederlands: Anna is jonger dan Maria.

Dieses Buch ist interessanter als das andere.

Nederlands: Dit boek is interessanter dan het andere.

Der Test war schwerer als gestern.

Nederlands: De toets was moeilijker dan gisteren.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen