Taal
Duits
Niveau
A1
Eenheid
Verben und Verbformen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Modale werkwoorden in het Duits (Modalverben) zijn speciale werkwoorden die samen met een ander werkwoord gebruikt worden om vermogen, noodzaak of wens uit te drukken. De belangrijkste op A1-niveau zijn: können (kunnen), müssen (moeten) en wollen (willen).

Wanneer je het gebruikt

Gebruik modale werkwoorden in het Duits om te zeggen wat je kunt, moet of wilt doen. Ze worden altijd samen met een ander werkwoord in de infinitief aan het einde van de zin gebruikt.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich kann Deutsch sprechen.

Nederlands: Ik kan Duits spreken.

Du musst heute arbeiten.

Nederlands: Jij moet vandaag werken.

Wir wollen Pizza essen.

Nederlands: Wij willen pizza eten.

Kannst du mir helfen?

Nederlands: Kun je mij helpen?

Er muss zur Schule gehen.

Nederlands: Hij moet naar school gaan.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen