- Taal
- Duits
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Verben und Verbformen
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Onregelmatige werkwoorden in het Duits zijn werkwoorden die niet het standaard vervoegingspatroon volgen. De stam of uitgangen kunnen onverwacht veranderen.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt onregelmatige werkwoorden net als regelmatige werkwoorden, maar je moet hun speciale vormen onthouden, vooral bij 'du' en 'er/sie/es'. Veel voorkomende werkwoorden zijn onregelmatig.
Belangrijke vormen
- sehen – ich sehe, du siehst, er/sie/es sieht
- fahren – ich fahre, du fährst, er/sie/es fährt
- essen – ich esse, du isst, er/sie/es isst
Voorbeelden
Ich sehe einen Hund.
Nederlands: Ik zie een hond.
Du fährst nach Berlin.
Nederlands: Jij rijdt naar Berlijn.
Er isst einen Apfel.
Nederlands: Hij eet een appel.
Wir sprechen Deutsch.
Nederlands: Wij spreken Duits.
Tips
- Let goed op de vormen van 'du' en 'er/sie/es', de stam verandert vaak.
- Leer de meest gebruikte onregelmatige werkwoorden uit je hoofd.
- Voeg niet zomaar -st of -t toe aan de stam, controleer of de stam verandert.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige onregelmatige werkwoorden veranderen ook in de verleden tijd.
- Een paar werkwoorden zijn alleen onregelmatig bij 'du' en 'er/sie/es'.