Taal
Duits
Niveau
A1
Eenheid
Verben und Verbformen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Onregelmatige werkwoorden in het Duits zijn werkwoorden die niet het standaard vervoegingspatroon volgen. De stam of uitgangen kunnen onverwacht veranderen.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt onregelmatige werkwoorden net als regelmatige werkwoorden, maar je moet hun speciale vormen onthouden, vooral bij 'du' en 'er/sie/es'. Veel voorkomende werkwoorden zijn onregelmatig.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich sehe einen Hund.

Nederlands: Ik zie een hond.

Du fährst nach Berlin.

Nederlands: Jij rijdt naar Berlijn.

Er isst einen Apfel.

Nederlands: Hij eet een appel.

Wir sprechen Deutsch.

Nederlands: Wij spreken Duits.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen