- Taal
- Duits
- Niveau
- A0
- Eenheid
- Pronomen, Artikel und Bezugwörter
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Lidwoorden zijn kleine functiewoorden vóór zelfstandige naamwoorden. In het Duits geven ze geslacht en aan of een zelfstandig naamwoord algemeen of specifiek is.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik 'ein/eine' voor één niet-specifiek item en 'der/die/das' voor een bekend of specifiek item.
Belangrijke vormen
- ein/eine + non-specific noun
- der/die/das + specific noun
Voorbeelden
Ich habe eine Tasche.
Nederlands: Ik heb een tas.
Sie ist eine Künstlerin.
Nederlands: Zij is een kunstenares.
Die Tasche ist auf dem Tisch.
Nederlands: De tas ligt op de tafel.
Er möchte ein Ticket.
Nederlands: Hij wil een kaartje.
Tips
- Kies 'ein' voor mannelijke/onzijdige, 'eine' voor vrouwelijke zelfstandige naamwoorden.
- Oefen op beginnersniveau eerst met veelvoorkomende zelfstandige naamwoorden.
- Lidwoorden zijn frequent en belangrijk voor natuurlijk Duits.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige zelfstandige naamwoorden verschijnen zonder lidwoord in vaste uitdrukkingen: zu Hause, in die Schule gehen.