Je fais du sport.
Nederlands: Ik sport.
Franse onderwerpvoornaamwoorden zijn korte woorden zoals ‘je’, ‘tu’, ‘il’, ‘nous’, enzovoort. Ze geven aan wie de actie in de zin uitvoert.
In het Frans gebruik je altijd een onderwerpvoornaamwoord vóór het werkwoord om aan te geven wie iets doet, of het nu om één persoon of een groep gaat.
Je fais du sport.
Nederlands: Ik sport.
Tu bois du café.
Nederlands: Jij drinkt koffie.
Nous aimons la plage.
Nederlands: Wij houden van het strand.
Ils mangent ensemble.
Nederlands: Zij eten samen.
Elle parle anglais.
Nederlands: Zij spreekt Engels.