Qui est là ?
Nederlands: Wie is daar?
In het Frans gebruik je 'pronoms interrogatifs' om vragen te stellen over personen, dingen of om te kiezen tussen opties. Ze vervangen het zelfstandig naamwoord waar je naar vraagt.
Gebruik deze voornaamwoorden als je wilt weten wie iets doet, wat iets is of als je wilt kiezen uit meerdere mogelijkheden. Ze kunnen aan het begin van een vraag of na een voorzetsel staan.
Qui est là ?
Nederlands: Wie is daar?
Que dis-tu ?
Nederlands: Wat zeg je?
Avec quoi joues-tu ?
Nederlands: Waarmee speel je?
Laquelle prends-tu ?
Nederlands: Welke neem je?