Taal
Frans
Niveau
B1
Eenheid
Adjectifs
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Met de Franse 'comparatif et superlatif' kun je mensen, dingen of handelingen vergelijken. De comparatief laat verschil of gelijkheid zien, de superlatief geeft het hoogste of laagste niveau aan.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de comparatief om twee personen of dingen met elkaar te vergelijken. Gebruik de superlatief om aan te geven dat iets het meest of minst is binnen een groep.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Marie est plus grande que Paul.

Nederlands: Marie is groter dan Paul.

Ce livre est moins intéressant que l'autre.

Nederlands: Dit boek is minder interessant dan het andere.

Il court aussi vite que son frère.

Nederlands: Hij rent even snel als zijn broer.

C'est le restaurant le plus cher de la ville.

Nederlands: Dit is het duurste restaurant van de stad.

Elle est la moins bavarde de la classe.

Nederlands: Zij is de minst praatgrage van de klas.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen