Taal
Frans
Niveau
A2
Eenheid
Verbes et expressions modaux
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De Franse modale werkwoorden vouloir, pouvoir en devoir gebruik je om een wens, mogelijkheid of verplichting uit te drukken. Ze staan altijd vóór een ander werkwoord in de infinitief.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze werkwoorden om te zeggen wat je wilt doen (vouloir), kunt doen (pouvoir) of moet doen (devoir). Het volgende werkwoord staat altijd in de infinitief.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Je veux manger une glace.

Nederlands: Ik wil een ijsje eten.

Tu peux venir avec moi.

Nederlands: Jij kunt met mij meekomen.

Nous devons finir les devoirs.

Nederlands: Wij moeten het huiswerk afmaken.

Elle veut apprendre le français.

Nederlands: Zij wil Frans leren.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen