Taal
Frans
Niveau
A1
Eenheid
Verbes : présent
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het Franse werkwoord 'aller' betekent 'gaan'. Het is een belangrijk werkwoord om te zeggen dat je ergens naartoe gaat. 'Aller' wordt ook gebruikt om iets aan te geven dat je binnenkort gaat doen (nabije toekomst).

Wanneer je het gebruikt

Gebruik 'aller' om te zeggen dat iemand naar een plaats gaat. Samen met een ander werkwoord gebruik je het om aan te geven wat je binnenkort gaat doen (nabije toekomst).

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Je vais à l'école.

Nederlands: Ik ga naar school.

Tu vas au cinéma.

Nederlands: Jij gaat naar de bioscoop.

Nous allons au parc.

Nederlands: Wij gaan naar het park.

Ils vont à la maison.

Nederlands: Zij gaan naar huis.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen