- Taal
- Frans
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Impératif et futur proche
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De Franse impératif is een werkwoordsvorm die je gebruikt om bevelen, adviezen of instructies te geven.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de impératif in het Frans om te zeggen wat iemand moet doen, om advies te geven, suggesties te doen of instructies te geven.
Belangrijke vormen
- Er zijn drie vormen: tu, nous en vous (zonder persoonlijk voornaamwoord).
- Voorbeeld: Parle ! (tu), Parlons ! (nous), Parlez ! (vous)
Voorbeelden
Ferme la porte !
Nederlands: Doe de deur dicht!
Écoutez bien !
Nederlands: Luister goed!
Allons-y !
Nederlands: Laten we gaan!
Prends une pomme.
Nederlands: Neem een appel.
Tips
- Gebruik geen persoonlijk voornaamwoord (tu, nous, vous) bij de impératif.
- Bij -er werkwoorden in de tu-vorm vervalt de -s: Parle ! (niet *parles*).
- Met vous kan de impératif op een beleefde manier gebruikt worden.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden zijn onregelmatig in de impératif, zoals être, avoir, savoir en vouloir.
- Bij tu en -er werkwoorden komt de -s terug als het volgende woord 'y' of 'en' is: Mange-y !