She must be at work.
Nederlands: Zij moet wel op haar werk zijn.
Modale werkwoorden voor deductie in het Engels ('must', 'might', 'may', 'can't') gebruik je om aan te geven hoe zeker of onzeker je bent over iets.
Gebruik deze vormen als je wilt raden of een conclusie wilt trekken over een situatie, bijvoorbeeld als je denkt dat iets waarschijnlijk waar of niet waar is.
She must be at work.
Nederlands: Zij moet wel op haar werk zijn.
He might be sleeping.
Nederlands: Hij zou kunnen slapen.
They can't be serious.
Nederlands: Ze kunnen niet serieus zijn.
You must have left your keys at home.
Nederlands: Je moet je sleutels thuis hebben gelaten.
She could have forgotten the meeting.
Nederlands: Ze kan de vergadering vergeten zijn.