- Taal
- Engels
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Verb Patterns: Gerunds and Infinitives
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Engels is een infinitief de basisvorm van een werkwoord, meestal met 'to' ervoor. Bijvoorbeeld: 'to eat', 'to go', 'to study'. Infinitieven worden op veel manieren gebruikt.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de infinitief na bepaalde werkwoorden (zoals 'want', 'hope'), na bijvoeglijke naamwoorden, om een doel aan te geven, of als onderwerp van een zin.
Belangrijke vormen
- 'to' + stam van het werkwoord (to eat, to go, to study)
- Negatieve infinitief: 'not to' + stam (not to eat)
Voorbeelden
I want to learn English.
Nederlands: Ik wil Engels leren.
She decided to travel.
Nederlands: Zij besloot te reizen.
It is important to listen.
Nederlands: Het is belangrijk om te luisteren.
They came to help.
Nederlands: Zij kwamen om te helpen.
Tips
- Gebruik geen 'to' na modale werkwoorden (bijvoorbeeld 'can go', niet 'can to go').
- Sommige werkwoorden krijgen een infinitief, andere een -ing vorm. Controleer dit altijd.
- Let op dat je niet twee keer 'to' gebruikt voor het werkwoord.
Uitzonderingen en randgevallen
- Na sommige werkwoorden zoals 'make' en 'let' gebruik je het werkwoord zonder 'to' (bijvoorbeeld 'She made me do it.').
- Sommige werkwoorden kunnen gevolgd worden door infinitief of -ing, met een verschil in betekenis ('stop to eat' vs. 'stop eating').