- Taal
- Engels
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Comparison and Degree
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Met comparatieven kun je in het Engels twee mensen, dingen of acties vergelijken. Ze geven aan of iets meer of minder is dan iets anders.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt comparatieven in het Engels om verschillen tussen twee dingen, mensen, plaatsen of acties aan te geven.
Belangrijke vormen
- adjective + -er + than (voor korte bijvoeglijke naamwoorden): taller than, faster than
- more + adjective + than (voor lange bijvoeglijke naamwoorden): more interesting than, more beautiful than
- less + adjective + than: less expensive than
Voorbeelden
She is taller than her brother.
Nederlands: Zij is langer dan haar broer.
This book is more interesting than that one.
Nederlands: Dit boek is interessanter dan dat.
My car is less expensive than yours.
Nederlands: Mijn auto is minder duur dan die van jou.
He runs faster than me.
Nederlands: Hij rent sneller dan ik.
Tips
- Gebruik altijd 'than' na de vergrotende trap.
- Voeg '-er' toe bij korte bijvoeglijke naamwoorden (één lettergreep) en 'more' bij langere woorden (twee of meer lettergrepen).
- Gebruik nooit 'more' en '-er' samen (niet 'more taller').
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige bijvoeglijke naamwoorden zijn onregelmatig: good → better, bad → worse, far → farther/further.