- Taal
- Engels
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Nouns, Articles, and Quantifiers
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Artikelen in het Engels zijn kleine woorden (a, an, the) die voor zelfstandige naamwoorden staan. Ze geven aan of iets specifiek of algemeen is.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik 'a' of 'an' als je iets voor het eerst noemt of als het niet specifiek is. Gebruik 'the' voor iets specifieks of als het al bekend is.
Belangrijke vormen
- 'a' (voor woorden die beginnen met een medeklinkerklank)
- 'an' (voor woorden die beginnen met een klinkerklank)
- 'the' (voor iets specifieks of iets dat al bekend is)
Voorbeelden
I have a cat.
Nederlands: Ik heb een kat.
She is an engineer.
Nederlands: Zij is ingenieur.
The book is on the table.
Nederlands: Het boek ligt op de tafel.
Can I have an apple?
Nederlands: Mag ik een appel?
The sun is bright today.
Nederlands: De zon is vandaag fel.
Tips
- Gebruik 'a' voor woorden die beginnen met een medeklinkerklank (a dog, a house).
- Gebruik 'an' voor woorden die beginnen met een klinkerklank (an apple, an hour).
- Gebruik meestal geen artikel bij meervoud of ontelbare zelfstandige naamwoorden als je in het algemeen spreekt (I like books, Water is important).
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige woorden beginnen met een klinkerletter, maar klinken als een medeklinker (a university, a European).
- Sommige woorden beginnen met een stille 'h' en gebruiken 'an' (an hour, an honest man).