- Taal
- Engels
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Nouns, Articles, and Quantifiers
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Een noun phrase in het Engels is een groep woorden die samen als een zelfstandig naamwoord werkt. Het bevat meestal een zelfstandig naamwoord en woorden die daar meer informatie over geven.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik noun phrases om mensen, plaatsen, dingen of ideeën uitgebreider te beschrijven. Ze kunnen het onderwerp of het lijdend voorwerp in een Engelse zin zijn.
Belangrijke vormen
- article + noun (the book)
- adjective + noun (big house)
- article + adjective + noun (a beautiful garden)
- possessive + noun (my friend)
- noun + noun (chicken soup)
Voorbeelden
The red car is fast.
Nederlands: De rode auto is snel.
My old teacher lives nearby.
Nederlands: Mijn oude leraar woont dichtbij.
A cup of tea is on the table.
Nederlands: Een kopje thee staat op de tafel.
She bought a new laptop.
Nederlands: Zij heeft een nieuwe laptop gekocht.
Tips
- In het Engels staat het bijvoeglijk naamwoord altijd vóór het zelfstandig naamwoord.
- Vergeet niet 'a', 'an' of 'the' te gebruiken wanneer dat nodig is.
- Een noun phrase kan kort zijn of uit meerdere woorden bestaan.
Uitzonderingen en randgevallen
- De volgorde van bijvoeglijke naamwoorden is belangrijk in het Engels ('a big red ball', niet 'a red big ball').
- Een noun phrase kan soms een voorzetselgroep bevatten ('the book on the table').