Taal
Engels
Niveau
B1
Eenheid
Relative Clauses and Connectors
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Engelse betrekkelijke bijzinnen geven extra informatie over een zelfstandig naamwoord. Ze beginnen meestal met 'who', 'which' of 'that'. Er zijn twee soorten: bepalend (noodzakelijke informatie) en niet-bepalend (extra informatie).

Wanneer je het gebruikt

Gebruik in het Engels betrekkelijke bijzinnen om meer details te geven over een persoon of een ding. Bepalende bijzinnen geven aan over wie of wat je het hebt. Niet-bepalende bijzinnen geven extra, niet-essentiële informatie.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

The woman who is talking is my teacher.

Nederlands: De vrouw die praat is mijn lerares.

This is the cake that I made yesterday.

Nederlands: Dit is de taart die ik gisteren heb gemaakt.

My car, which is very old, still works well.

Nederlands: Mijn auto, die heel oud is, werkt nog steeds goed.

I have a friend who speaks three languages.

Nederlands: Ik heb een vriend die drie talen spreekt.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen