- Taal
- Engels
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Verb Tenses
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De present simple is een Engelse tijd die gebruikt wordt om gewoontes, feiten en regelmatige handelingen te beschrijven.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de present simple voor gewoontes, dagelijkse routines, feiten en dingen die altijd waar zijn.
Belangrijke vormen
- I/You/We/They + stam van het werkwoord (bijv. work, play)
- He/She/It + stam + -s (bijv. works, plays)
- Do/Does + onderwerp + stam (voor vragen)
- Do/Does + not + stam (voor ontkenningen)
Voorbeelden
She works in a bank.
Nederlands: Zij werkt bij een bank.
They play football every weekend.
Nederlands: Zij voetballen elk weekend.
The sun rises in the east.
Nederlands: De zon komt op in het oosten.
Do you like coffee?
Nederlands: Houd jij van koffie?
He does not eat meat.
Nederlands: Hij eet geen vlees.
Tips
- Vergeet niet -s of -es toe te voegen aan het werkwoord bij he, she of it.
- Gebruik 'do' of 'does' voor vragen en ontkenningen.
- Gebruik de present simple niet voor dingen die nu op dit moment gebeuren.
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij werkwoorden die eindigen op een medeklinker + -y verandert -y in -ies (bijv. study → studies).
- Sommige werkwoorden zijn onregelmatig (bijv. have → has).