Taal
Engels
Niveau
B1
Eenheid
Prepositions
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Plaatsbepalende voorzetsels in het Engels zijn woorden die aangeven waar iemand of iets is. Ze geven de positie aan ten opzichte van iets anders.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik plaatsbepalende voorzetsels om te zeggen waar mensen, dieren of dingen zich bevinden. Ze beantwoorden de vraag 'Where?' (Waar?) in het Engels.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

The cat is on the table.

Nederlands: De kat is op de tafel.

She is in the car.

Nederlands: Zij is in de auto.

The bank is next to the supermarket.

Nederlands: De bank is naast de supermarkt.

There is a picture above the sofa.

Nederlands: Er hangt een schilderij boven de bank.

The ball is between the shoes.

Nederlands: De bal ligt tussen de schoenen.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen