She walked into the room.
Nederlands: Zij liep de kamer binnen.
Voorzetsels van beweging in het Engels zijn woorden die aangeven in welke richting iemand of iets beweegt. Ze beschrijven hoe iets van de ene plek naar de andere gaat.
Gebruik deze voorzetsels in het Engels als je wilt uitleggen waarheen of hoe iemand of iets beweegt. Ze geven richting of het pad van de beweging aan.
She walked into the room.
Nederlands: Zij liep de kamer binnen.
They ran across the street.
Nederlands: Zij renden over de straat.
The cat jumped onto the table.
Nederlands: De kat sprong op de tafel.
He went up the stairs.
Nederlands: Hij ging de trap op.
We drove through the tunnel.
Nederlands: We reden door de tunnel.