Taal
Engels
Niveau
B1
Eenheid
Prepositions
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Tijdspreposities in het Engels zijn woorden zoals 'in', 'on' en 'at' die aangeven wanneer iets gebeurt. Ze zijn belangrijk om over tijd te praten.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voorzetsels om te zeggen wanneer iets gebeurt: het tijdstip van de dag, de dag, de maand, het jaar of een speciaal moment.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

I start work at 9 o’clock.

Nederlands: Ik begin om 9 uur met werken.

My birthday is in December.

Nederlands: Mijn verjaardag is in december.

We have a meeting on Monday.

Nederlands: We hebben een vergadering op maandag.

She goes to bed at night.

Nederlands: Zij gaat 's nachts naar bed.

School ends in the afternoon.

Nederlands: School eindigt in de middag.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen