Taal
Engels
Niveau
A2
Eenheid
Prepositions and adverbs
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Plaatsbepalende voorzetsels in het Engels zijn woorden die aangeven waar iets of iemand is. Ze helpen om de locatie of positie van mensen en dingen te beschrijven.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voorzetsels om te vertellen waar iets of iemand zich bevindt, bijvoorbeeld om de positie van een voorwerp, persoon of gebouw te beschrijven.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

The cat is on the table.

Nederlands: De kat is op de tafel.

The keys are in the bag.

Nederlands: De sleutels zijn in de tas.

The dog is under the chair.

Nederlands: De hond is onder de stoel.

The school is next to the park.

Nederlands: De school is naast het park.

The car is between the trees.

Nederlands: De auto staat tussen de bomen.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen