She sees me.
Nederlands: Zij ziet mij.
Objectpronouns in het Engels zijn woorden zoals me, you, him, her, it, us en them. Ze vervangen een zelfstandig naamwoord en geven aan wie de actie ontvangt in een zin.
Gebruik Engelse objectpronouns wanneer iemand of iets de actie van het werkwoord ontvangt. Ze staan meestal na het werkwoord of een voorzetsel.
She sees me.
Nederlands: Zij ziet mij.
I like him.
Nederlands: Ik vind hem leuk.
Can you help us?
Nederlands: Kun je ons helpen?
They called her.
Nederlands: Zij belden haar.