Taal
Engels
Niveau
A2
Eenheid
Nouns, articles, and quantifiers
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Engels zijn er 'countable' (telbare) en 'uncountable' (ontelbare) zelfstandige naamwoorden. Telbare zelfstandige naamwoorden zijn dingen die je kunt tellen (bijvoorbeeld: one apple, two apples). Ontelbare zelfstandige naamwoorden zijn dingen die je niet apart kunt tellen, zoals water of rijst.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze grammatica om in het Engels te praten over hoeveelheden. Telbare zelfstandige naamwoorden gebruik je voor losse dingen die je kunt tellen. Ontelbare zelfstandige naamwoorden gebruik je voor stoffen of dingen die je niet één voor één kunt tellen, zoals vloeistoffen of materialen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

I have three apples.

Nederlands: Ik heb drie appels.

There is some milk in the glass.

Nederlands: Er zit wat melk in het glas.

How many books do you have?

Nederlands: Hoeveel boeken heb jij?

How much water do you need?

Nederlands: Hoeveel water heb je nodig?

She eats rice every day.

Nederlands: Zij eet elke dag rijst.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen