She likes him.
Nederlands: Zij vindt hem leuk.
Objectpronomen in het Engels zijn woorden die je gebruikt om mensen of dingen te vervangen die de actie ontvangen in een zin. Ze komen na het werkwoord of een voorzetsel.
Gebruik Engelse objectpronomen wanneer iemand of iets de actie ontvangt. Ze staan meestal na een werkwoord of een voorzetsel.
She likes him.
Nederlands: Zij vindt hem leuk.
Can you help me?
Nederlands: Kun je mij helpen?
We see them every day.
Nederlands: Wij zien hen elke dag.
The teacher is talking to us.
Nederlands: De leraar praat met ons.