Taal
Engels
Niveau
A1
Eenheid
Conjunctions
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

‘But’ is een Engels woord dat twee verschillende of tegengestelde ideeën in een zin met elkaar verbindt.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik ‘but’ om twee zinnen of ideeën te verbinden die een verschil of tegenstelling tonen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

I am tired, but I want to play.

Nederlands: Ik ben moe, maar ik wil spelen.

She is small, but she is strong.

Nederlands: Zij is klein, maar zij is sterk.

It is cold, but it is sunny.

Nederlands: Het is koud, maar het is zonnig.

He likes pizza, but he does not like pasta.

Nederlands: Hij houdt van pizza, maar niet van pasta.

Tips

Verder verkennen