I have a bag.
Nederlands: Ik heb een tas.
Lidwoorden zijn kleine functiewoorden vóór zelfstandige naamwoorden. Ze geven aan of een zelfstandig naamwoord algemeen of specifiek is.
Gebruik a/an voor één niet-specifiek item en the voor een bekend of specifiek item.
I have a bag.
Nederlands: Ik heb een tas.
She is an artist.
Nederlands: Zij is een kunstenaar.
The bag is on the table.
Nederlands: De tas ligt op de tafel.
He wants a ticket.
Nederlands: Hij wil een kaartje.
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Engels. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →