- Taal
- Engels
- Niveau
- A0
- Eenheid
- Pronouns, articles, and reference words
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Lidwoorden zijn kleine functiewoorden vóór zelfstandige naamwoorden. Ze geven aan of een zelfstandig naamwoord algemeen of specifiek is.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik a/an voor één niet-specifiek item en the voor een bekend of specifiek item.
Belangrijke vormen
- a + medeklinkerklank zelfstandig naamwoord
- an + klinkerklank zelfstandig naamwoord
- the + specifiek zelfstandig naamwoord
Voorbeelden
I have a bag.
Nederlands: Ik heb een tas.
She is an artist.
Nederlands: Zij is een kunstenaar.
The bag is on the table.
Nederlands: De tas ligt op de tafel.
He wants a ticket.
Nederlands: Hij wil een kaartje.
Tips
- Kies op basis van klank, niet spelling: an hour, a university.
- Oefen op beginnersniveau eerst met veelvoorkomende zelfstandige naamwoorden.
- Lidwoorden zijn frequent en belangrijk voor natuurlijk Engels.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige zelfstandige naamwoorden verschijnen zonder lidwoord in vaste uitdrukkingen: at home, go to school.