Taal
Engels
Niveau
A0
Eenheid
Pronouns, articles, and reference words
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Lidwoorden zijn kleine functiewoorden vóór zelfstandige naamwoorden. Ze geven aan of een zelfstandig naamwoord algemeen of specifiek is.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik a/an voor één niet-specifiek item en the voor een bekend of specifiek item.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

I have a bag.

Nederlands: Ik heb een tas.

She is an artist.

Nederlands: Zij is een kunstenaar.

The bag is on the table.

Nederlands: De tas ligt op de tafel.

He wants a ticket.

Nederlands: Hij wil een kaartje.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen