Taal
Nederlands
Niveau
B2
Eenheid
Bijvoeglijke naamwoorden, vergelijking en telwoorden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De comparatief en superlatief in het Nederlands worden gebruikt om personen, dingen of handelingen te vergelijken. De comparatief geeft een verschil tussen twee zaken aan, de superlatief drukt de hoogste graad uit binnen een groep.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de comparatief om twee dingen te vergelijken. Gebruik de superlatief als je wilt aangeven dat iets het meest of minst is binnen een groep van drie of meer.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Jan is groter dan Piet.

Dit huis is mooier dan dat huis.

Zij is het slimst van de klas.

Vandaag is het koudst.

Deze auto rijdt sneller dan mijn oude auto.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen