Taal
Nederlands
Niveau
B1
Eenheid
Bijvoeglijke naamwoorden en vergelijking
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De trappen van vergelijking zijn de vormen waarmee je in het Nederlands dingen, mensen of situaties met elkaar vergelijkt: groot, groter, grootst.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze vormen als je wilt aangeven dat iets meer of minder is dan iets anders, of het meest/minste binnen een groep.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Deze kamer is groter dan die kamer.

Zij is de slimste van de klas.

Mijn hond is kleiner dan jouw hond.

Dit boek is het interessantst.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen