Deze kamer is groter dan die kamer.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Bijvoeglijke naamwoorden en vergelijking
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De trappen van vergelijking zijn de vormen waarmee je in het Nederlands dingen, mensen of situaties met elkaar vergelijkt: groot, groter, grootst.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze vormen als je wilt aangeven dat iets meer of minder is dan iets anders, of het meest/minste binnen een groep.
Belangrijke vormen
- Stellende trap: groot
- Vergrotende trap: groter
- Overtreffende trap: grootst
Voorbeelden
Zij is de slimste van de klas.
Mijn hond is kleiner dan jouw hond.
Dit boek is het interessantst.
Tips
- Bij de meeste bijvoeglijke naamwoorden voeg je -er toe voor de vergrotende trap en -st voor de overtreffende trap.
- Na de vergrotende trap gebruik je 'dan' (groter dan).
- Bij de overtreffende trap gebruik je vaak 'het' en -st (het grootst).
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige bijvoeglijke naamwoorden veranderen van vorm, zoals 'goed' → 'beter', 'best'.
- Bij bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -r komt er -der bij (duur → duurder).