Taal
Nederlands
Niveau
B1
Eenheid
Bijvoeglijke naamwoorden en vergelijking
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Bijvoeglijke naamwoorden zijn woorden die iets vertellen over een zelfstandig naamwoord, zoals kleur, grootte of eigenschap.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik bijvoeglijke naamwoorden om zelfstandig naamwoorden te beschrijven. Ze staan meestal vóór het zelfstandig naamwoord en passen zich aan op het lidwoord ('de', 'het', 'een') en het soort zelfstandig naamwoord.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik heb een groot huis.

Dat is een mooie auto.

Hij draagt een rood shirt.

De oude man leest.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen