Ik ga morgen naar school.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Tijden en werkwoordsvormen
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De 'toekomende tijd' (futurum) gebruik je om te praten over dingen die in de toekomst gaan gebeuren.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de toekomende tijd als je wilt aangeven wat er later gebeurt, beloften wilt maken, plannen of voorspellingen wilt uitspreken.
Belangrijke vormen
- gaan + infinitief (Ik ga werken)
- zullen + infinitief (Ik zal werken)
Voorbeelden
We zullen samen eten.
Jij gaat een boek lezen.
Zij zal laat thuiskomen.
Tips
- Gebruik 'gaan + infinitief' voor plannen of intenties.
- Gebruik 'zullen + infinitief' voor voorspellingen of beloften.
- Verwar 'gaan' niet met het gewone werkwoord 'gaan' (lopen naar).
Uitzonderingen en randgevallen
- Het werkwoord 'zullen' is onregelmatig: 'ik zal', 'jij zult', 'hij zal', enzovoorts.
- Soms wordt de tegenwoordige tijd gebruikt voor de nabije toekomst, vooral met een tijdsaanduiding.