Taal
Nederlands
Niveau
A2
Eenheid
Werkwoorden en tijden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De verleden tijd van regelmatige werkwoorden gebruik je om te vertellen over iets dat in het verleden is gebeurd en is afgerond. Regelmatige werkwoorden volgen een vaste regel.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze vorm voor gebeurtenissen of situaties die in het verleden plaatsvonden en nu zijn afgerond.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik werkte gisteren.

Jij luisterde naar muziek.

Wij speelden in het park.

Zij maakte een tekening.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen