Taal
Nederlands
Niveau
A2
Eenheid
Werkwoorden en tijden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De tegenwoordige tijd in het Nederlands gebruik je om te praten over dingen die nu gebeuren of regelmatig gebeuren.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de tegenwoordige tijd voor acties die nu plaatsvinden, gewoontes, routines of feiten.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik lees een boek.

Jij woont in Amsterdam.

Wij leren Nederlands.

Hij speelt voetbal.

Zij werken elke dag.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen