Dit is mijn boek.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Voornaamwoorden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Bezittelijke voornaamwoorden geven aan van wie iets is, zoals 'mijn', 'jouw' of 'hun'.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze woorden om aan te geven dat iets van iemand is. Ze staan altijd vóór het zelfstandig naamwoord.
Belangrijke vormen
- mijn
- jouw
- uw
- zijn
- haar
- ons/onze
- jullie
- hun
Voorbeelden
Waar is jouw tas?
Zijn auto is nieuw.
Onze hond is oud.
Hun huis is groot.
Tips
- Gebruik 'ons' alleen bij het-woorden in het enkelvoud (het huis → ons huis) en 'onze' bij de-woorden of meervoud (de hond → onze hond).
- Verwar 'jouw' (bezittelijk) niet met 'jou' (persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp).
- Het bezittelijk voornaamwoord staat altijd vóór het zelfstandig naamwoord.
Uitzonderingen en randgevallen
- Gebruik 'ons' alleen bij enkelvoudige het-woorden; bij meervoud en de-woorden gebruik je 'onze'.