Taal
Nederlands
Niveau
A2
Eenheid
Voornaamwoorden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Bezittelijke voornaamwoorden geven aan van wie iets is, zoals 'mijn', 'jouw' of 'hun'.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze woorden om aan te geven dat iets van iemand is. Ze staan altijd vóór het zelfstandig naamwoord.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Dit is mijn boek.

Waar is jouw tas?

Zijn auto is nieuw.

Onze hond is oud.

Hun huis is groot.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen