Taal
Nederlands
Niveau
A2
Eenheid
Voornaamwoorden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Persoonlijke voornaamwoorden zijn woorden die je gebruikt in plaats van een naam om te verwijzen naar mensen, dieren of dingen, zoals 'ik', 'jij', 'zij', 'wij'.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt deze woorden om over jezelf, iemand anders of een groep te praten, zonder steeds de naam te herhalen. Ze staan vaak aan het begin van een zin als onderwerp.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik ben moe.

Zij woont in Amsterdam.

Wij gaan naar school.

Jij hebt een kat.

Het regent.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen