Het is drie uur.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Voorzetsels, getallen en tijd
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Kloktijden zijn de manieren waarop je in het Nederlands aangeeft hoe laat het is. Je gebruikt ze om uren en minuten te benoemen.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze vormen als je wilt vragen hoe laat het is, de tijd wilt vertellen, of afspraken en planningen wilt bespreken.
Belangrijke vormen
- 'Het is ... uur.' (hele uren)
- 'Het is half ... .' (half uur voor het volgende hele uur)
- 'Het is kwart over ... .' (kwartier na het hele uur)
- 'Het is kwart voor ... .' (kwartier voor het volgende hele uur)
- 'Het is ... over ... .' (minuten na het hele uur)
- 'Het is ... voor ... .' (minuten voor het volgende hele uur)
Voorbeelden
Het is half vijf.
Het is kwart over acht.
Het is tien voor negen.
Het is vijf over zes.
Tips
- 'Half vijf' betekent 4:30, dus een half uur vóór vijf.
- Gebruik altijd 'uur' bij hele uren, bijvoorbeeld: 'Het is twee uur.'
- Voor minuten gebruik je 'over' (na) en 'voor' (voor het volgende uur).