Ik heb drie appels.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Voorzetsels, getallen en tijd
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Nederlands zijn 'getallen' de woorden voor cijfers en aantallen. Ze worden gebruikt om te tellen, leeftijden te noemen, telefoonnummers te geven en meer. Getallen zijn belangrijk in het dagelijks leven.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt getallen om te tellen, je leeftijd te zeggen, telefoonnummers te geven, de tijd te noemen of prijzen aan te geven.
Belangrijke vormen
- 0: nul
- 1: één
- 2: twee
- 3: drie
- 4: vier
- 5: vijf
- 10: tien
- 20: twintig
- 21: eenentwintig
- 100: honderd
Voorbeelden
Mijn telefoonnummer is nul zes vijf vier drie twee.
Zij is twintig jaar oud.
We wonen op nummer tien.
Er zijn vijf stoelen.
Tips
- Getallen van 21 tot en met 99 schrijf je als één woord: eenentwintig (21), tweeëndertig (32), enzovoort.
- Het getal 1 schrijf je met een accent: één, om verwarring met het lidwoord te voorkomen.
- Let goed op de uitspraak; sommige getallen lijken op elkaar.
Uitzonderingen en randgevallen
- De spelling van sommige getallen verandert iets vanwege de uitspraak, zoals tweeëntwintig (22) met een accent.
- Het getal 'één' krijgt een accent om verwarring met 'een' (lidwoord) te voorkomen.