Sie tragen oft Jeans.
Nederlands: Ze dragen vaak jeans.
Luister hoe "Jeans" klinkt in het Duits.
Dit woord verschijnt op de onderwerppagina German Kleidung und Haushaltsartikel.
Sie tragen oft Jeans.
Nederlands: Ze dragen vaak jeans.
Sie trägt blaue Jeans und ein Hemd, das gut passt.
Nederlands: Ze draagt een blauwe spijkerbroek en een overhemd dat goed past.
Ga van opzoeken naar herhalen met begeleide woordenschatoefeningen, opgeslagen woorden en ERK-leerpaden.