Sie war gestern nicht in der Schule.
Nederlands: Ze was gisteren niet op school.
abwesend /ˈapvˌeːzənt/ · adjective · CEFR B1. Duits vertaling van "absent".
Zie ook: Woordenschatitem (Duits)

Luister hoe "abwesend" klinkt in het Duits.
This adjective is shown in its dictionary form.
| Dictionary form | abwesend |
|---|---|
| Use note | Use the form shown here as the lookup form. |
Sie war gestern nicht in der Schule.
Nederlands: Ze was gisteren niet op school.
Drei Schüler waren heute nicht im Unterricht.
Nederlands: Drie studenten waren vandaag afwezig in de les.
Er war abwesend, weil er krank war.
Nederlands: Hij was afwezig omdat hij ziek was.
Ga van opzoeken naar herhalen met begeleide woordenschatoefeningen, opgeslagen woorden en ERK-leerpaden.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →