Ben bugün okula gidiyorum.
Nederlands: Ik ga vandaag naar school.
In het Turks zijn 'zaman zarfları' bijwoorden van tijd. Ze geven aan wanneer iets gebeurt, zoals 'vandaag', 'nu' of 'gisteren'.
Gebruik zaman zarfları in het Turks om aan te geven wanneer een actie gebeurt. Ze maken duidelijk of iets in het verleden, heden of de toekomst plaatsvindt.
Ben bugün okula gidiyorum.
Nederlands: Ik ga vandaag naar school.
Şimdi yemek yiyorum.
Nederlands: Ik eet nu.
Dün sinemaya gittik.
Nederlands: We zijn gisteren naar de bioscoop gegaan.
Her gün kitap okuyorum.
Nederlands: Ik lees elke dag een boek.
Yarın ders çalışacağım.
Nederlands: Ik zal morgen studeren.