- Taal
- Turks
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Soru ve olumsuzluk
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Turks zijn 'soru cümleleri' vraagzinnen. Deze gebruik je om informatie, bevestiging of verduidelijking te vragen.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik 'soru cümleleri' om ja/nee-vragen te stellen of om specifieke informatie te vragen (wie, wat, waar, enz.) in het Turks.
Belangrijke vormen
- De vraagpartikel '-mi/-mı/-mu/-mü' toevoegen na het werkwoord of zelfstandig naamwoord
- Intonatie veranderen bij ja/nee-vragen
- Vragende voornaamwoorden gebruiken (ne, kim, nerede, ne zaman, nasıl, neden, hangi, kaç)
Voorbeelden
Sen öğrenci misin?
Nederlands: Ben jij student?
Bu kitap yeni mi?
Nederlands: Is dit boek nieuw?
Nerede yaşıyorsun?
Nederlands: Waar woon je?
Ne zaman geliyorsun?
Nederlands: Wanneer kom je?
Bu senin kalemin mi?
Nederlands: Is dit jouw pen?
Tips
- De vraagpartikel '-mi/-mı/-mu/-mü' volgt de klinkerharmonie.
- De vraagpartikel schrijf je altijd los van het werkwoord.
- Vergeet niet je intonatie te verhogen aan het einde van een ja/nee-vraag.
Uitzonderingen en randgevallen
- In gesproken Turks kan het onderwerp soms worden weggelaten als het duidelijk is uit de context.